Tips voor videomontage
Hieronder een aantal richtlijnen en regels voor videomontage. Deze regels zijn niet zaligmakend, maar kunnen dienen als een goede basis voor de startende videoeditor. Met deze regels in het achterhoofd kun je ook bewust de regels 'overtreden' en in de montage als effect gebruiken.
• Verhaallijn
Zorg dat je duidelijk hebt wat het verhaal is dat je wilt overbrengen. Dit klinkt voor de hand liggend, maar wordt vaak verward met het onderwerp van je film. Als het onderwerp een bedrijfsfeestje is, is daarmee het verhaal nog niet bepaald. Wat wil je overbrengen van het feestje: De gezelligheid, het netwerken, de rol van de catering, of volg je een medewerker?
Nu je je onderwerp en wat je wilt overbrengen helder hebt, komt de verhaallijn aan bod. Wat wordt de opbouw van de montage. Waar open je mee, hoe zet je de beelden zo achter elkaar dat je toekomstige publiek een verhaal voorgeschoteld krijgt. Dit zijn de beelden die blijven hangen. Zomaar wat snelle beelden achter elkaar met mooie plaatjes, invliegende titels en een keur aan overgangen kan op zich zelf overdonderen, maar beklijft over het algemeen niet. Wanneer je die montage combineert met- of reduceert tot een sterke verhaallijn spreekt je publiek er morgen nog over.
• Tussen shots
Tussenshots zijn noodzakelijk voor een soepel lopende montage, maak deze shots tijdens het filmen. Ze kunnen gebruikt worden om details weer te geven of de situatie of locatie van het verhaal te verduidelijken. Bovendien maken ze het bij de montage eenvoudiger om van het ene beeld naar het andere te snijden.
Voorbeeld: Een filmpje over rit in de auto. In de verhaallijn staat de persoon die de rit gaat maken centraal, maar je kunt ook zorgen ook voor shots die de locatie weergeven waar de auto voor vertrek geparkeerd staat, beelden van mensen die de auto voorbij zien komen, een shot van de lucht om een indruk te krijgen van het weer, enz. Deze beelden kun je over het algemeen maken nadat de actie zelf is gefilmt.
• Beeldsprongen
Zorg dat je geen beeldsprongen krijgt door bijvoorbeeld twee shots achter elkaar te zetten met hetzelfde camerastandpunt en uitsnede. Hierdoor ontstaan (kleine) beeldsprongen die heel storend kunnen zijn; zoals mensen die plotseling verspringen van positie. Uiteraard kan dit ook als effect gebruikt worden, zoals o.a. vaak bij Villa Achterwerk van de VPRO gedaan wordt. Overdrijf in dat geval zodat duidelijk wordt dat het hier om een effect gaat.
• Imaginaire lijn
Stel je voor dat er bij een interview waarbij twee mensen betrokken zijn een denkbeeldige lijn over de vloer loopt tussen jou en de geïnterviewde. (zie tekening) Zorg dat je die lijn niet overgaat met een camera, tenzij je daar een goede reden voor hebt. Je hebt nu 180˚ speelruimte. Bij een drie camera registratie kijkt bijvoorbeeld camera 1 links over de schouder van de geïnterviewde, camera 2 staat in het midden en maakt een totaalshot en rechts camera 3 die over de schouder van de interviewer kijk. Hierdoor bevestigen de linker en rechter camerabeeld de positie van de interviewer en geïnterviewde zoals die op de totaalcamera te zien zijn. Het plaatje hieronder geeft de hierboven beschreven situatie grafisch weer. Deze regel geldt voor vrijwel alle videoregistraties. Bij overtreding van deze regel wordt dit ook wel ‚over de as’ gaan genoemd. De belangrijkste reden om deze regel niet te overtreden is dat de kijker de posities of de gangen van personages of voorwerpen kan ‚volgen’. Zie ook het kopje Hou je reisrichting in de gaten

• 45 graden shots
Wanneer je een montage maakt van een meercamera registratie, zorg dan dat je opeenvolgende shots met vergelijkbare openingshoek (close, medium of totaal) tenminste 45 graden in hoek verschillen van elkaar, anders kan er een beeldsprong ontstaan.
• Monteer op bewegingen in het beeld.
Monteer op bewegingen in het beeld, je oog wordt getrokken naar beweging en zal daardoor afleiden van het montagepunt. Een hoofd dat draait gevolgd door een shot van het openen van een deur zal soepeler overkomen dan een hoofd dat stilstaat gevolgd door een shot van een deur die dicht is. Het laatste kan wel een manier zijn om suspens/spanning op te bouwen in de montage.
• Wissel shots af:
Zorg dat je afwisselt tussen close, totaal en medium shots. Dit monteert makkelijker en soepeler, en geeft je de mogelijkheid om stukken uit het beeldmateriaal te monteren. Hou als basisregel aan: Laat nooit shots met dezelfde openingshoeken op elkaar volgen, tenzij dit als effect wordt toegepast.
• Monteer op vergelijkbare of associatieve gebeurtenissen
Associatieve montage, bijvoorbeeld, een shot van een buurtfeest, gevolgd door een closeup van een biertje, gevolgd door datzelfde biertje in een medium shot in de kroeg bij avond. Zo maak je een sprong in tijd en plaats terwijl dit heel natuurlijk overkomt. Kortom zoek naar overeenkomsten in beeldtaal of beweging en maak hier gebruik van in de montage.
• Maak gebruik van 'Wipes'
Wanneer iets of iemand redelijk dichtbij door beeld komt wordt het beeld korte tijd geheel gevuld. Hierop kan eenvoudig beeld volgen dat een spong in tijd en plaats maakt. Deze zogenaamde 'Wipes' kun je zelf veroorzaken of er gebruik van maken wanneer ze voorkomen.
• Hou je reisrichting in de gaten.
Wanneer je een persoon of onderwerp wilt volgen terwijl het zich verplaatst, zorg dan dat waneer deze rechts uit beeld loopt, in het volgende shot aan de linkerkant weer in komt. Hierdoor wek je de indruk dat het onderwerp zich in één richting verplaatst. Een shot waarin een persoon rechts het beeld uit loopt gevolgd door een beeld waarbij diezelfde persoon rechts het beeld weer in loopt wekt de indruk in de tijd tussen de shots omgedraait te zijn.
• Zorg voor onderbouwing
Zorg dat je bij elk shot kan onderbouwen waarom het ene beeld gevolgd wordt door het andere. Dat hoeft geen hoogdravende reden te zijn, maar zo simpel als: Er zat een rare camerabeweging in en die heb ik eruit geknipt. Maar idealiter zou elk opeenvolgende shot moeten bijdragen aan het verhaal of de sfeer van je montage. Wees kritisch op je eigen werk en durf weg te gooien. Een shot kan nog zo mooi zijn, wanneer het niets bijdraagt aan het verhaal werkt het slechts verwarrend of verstorend.
Wilt je reageren op dit artikel: stuur een email
Dit artikel naar een vriend of kennis sturen